U bevindt zich op: Home nl Goedkeuring en Toelating In situ gegenereerde werkzame stoffen Producttoelating in situ gegenereerde biociden Precursors die niet geschikt zijn voor toelating

Precursors die niet geschikt zijn voor toelating

Bij sommige in situ gegenereerde biociden is het niet mogelijk om de precursor toe te laten, bijvoorbeeld als het biocide in situ wordt gegenereerd uit lucht, drinkwater of bijvoorbeeld zeewater.

Voorbeelden hiervan zijn

  • ozon dat gegenereerd wordt uit lucht
  • actief chloor, dat gegenereerd wordt uit zeewater.

In deze situaties is de precursor (lucht of zeewater) niet ‘geschikt’ om toegelaten te worden omdat het algemeen beschikbaar is. Daarom zal in deze gevallen de in situ gegenereerde werkzame stof het biocide zijn dat de toelating krijgt. Daarbij kan het belangrijk zijn voor de aanvrager dat hij zijn apparaat waarmee het biocide gegenereerd wordt onderdeel laat uitmaken van de toelating. Het Ctgb zal eisen stellen aan de werkzame stoffen die met de precursor gegenereerd worden.

Bij de toelating geeft het Ctgb een wettelijk gebruiksvoorschrift af. Zo zal het wettelijk gebruiksvoorschrift voor ozon de vorm kunnen krijgen van: “Toegestaan is uitsluitend het gebruik van ozon gegenereerd door apparatuur van het merk X voor de desinfectie van lucht.”

In de toelating zal worden aangegeven dat de gegenereerde ozon moet voldoen aan voorwaarden. Een voorwaarde kan zijn: “De concentratie ozon in de lucht gegenereerd met apparatuur van merk X dient te liggen tussen 20 en 50 deeltjes per 1 miljard deeltjes.”

Zoeken:

Service