Een in situ gegenereerde werkzame stof is een werkzame stof die gegenereerd wordt op de plaats van gebruik, uit stoffen of mengsels van stoffen. Deze stoffen of mengsels heten precursors. Stoffen met een biocide werking kunnen in situ gegenereerd worden, bijvoorbeeld door:

  • Een chemische reactie, bijvoorbeeld chloordioxide gegenereerd uit natriumchloriet en een sterk zuur,
  • Elektrolyse en elektrische generatie, bijvoorbeeld chloordioxide gegenereerd uit natriumchloriet middels elektrolyse,
  • Verbranding, bijvoorbeeld rookpatronen die ontstaan door de verbranding van zwavel,
  • UV licht, bijvoorbeeld als radicalen gevormd worden door UV bestraling van titaniumdioxide,
  • Vrijkomen van werkzame stoffen onder gebruikscondities. Een voorbeeld hiervan zijn formaldehyde releasers, dit zijn stoffen waaruit langzaam formaldehyde vrijkomt.  

Het geheel van de in situ gegenereerde werkzame stof, de precursor(s) en de manier waarop de precursor in de werkzame stof wordt omgezet, wordt een ‘systeem’ genoemd. De industrie investeert in de ontwikkeling van de apparatuur om het biocide op te wekken en heeft dus baat bij de bescherming van het ‘systeem’ (middels een toelating). Daarom leggen bedrijven vaak de koppeling tussen het in situ geproduceerde biocide dat de toelating krijgt en het ‘systeem’.

De in situ gegenereerde werkzame stoffen (in combinatie met precursors) moeten zijn opgenomen in het Europese werkprogramma voor de beoordeling van werkzame stoffen in biociden.

Als zo’n aanvraag is ingediend en goedgekeurd door ECHA, komt de stof in het werkprogramma. Biociden waarin deze stoffen worden gebruikt mogen dan op de markt blijven totdat de beoordeling van de stof is afgerond en een beslissing is genomen over goedkeuring of niet-goedkeuring.

De Europese Commissie heeft een richtsnoer opgesteld met informatie over de wijze waarop met in situ gegenereerde werkzame stoffen wordt omgegaan binnen de biocidenverordening.