Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) heeft op 17 april 2020 in een brief aan de Nederlandse Vereniging van Plaagdiermanagement Bedrijven (NVPB) laten weten dat het belangrijk is dat plaagdierbeheersing tijdens de coronacrisis zoveel mogelijk doorgaat. De brief is een reactie op een eerder gestuurde brief van de NVPB.

De NVPB heeft op 3 april 2020 mede namens PLA..N., KAD en KPMB een brief gestuurd aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Met de brief wordt aandacht gevraagd voor het belang van plaagdierbeheersing tijdens de coronacrisis. Het ministerie geeft in haar reactie aan dat het belangrijk is dat plaagdierbeheersing tijdens de coronacrisis zoveel mogelijk door blijft gaan. De landelijke maatregelen en de geldende voorzorgsmaatregelen, voorgeschreven op grond van adviezen van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, gelden ook wanneer plaagdierbeheersers hun werk doen. Ook wordt in de brief bevestigd dat door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) tijdelijk coulant wordt omgegaan met het verlopen van vakbekwaamheidsbewijzen en certificeringen in relatie tot plaagdierbeheersing als gevolg van de coronacrisis.

De NVPB ziet de brief als bevestiging van het feit dat bedrijven en organisaties niet zonder meer plaagdierbeheersing kunnen stilleggen. Bedrijven en organisaties moeten dan ook hun verantwoordelijkheid nemen, zodat volks- en diergezondheid wordt beschermd en een goede hygiëne is gewaarborgd. Minister Wiebes van het Ministerie van Economische Zaken (EZMinisterie van Economische Zaken) geeft aan dat hygiëne een belangrijk onderdeel van de protocollen vormt die bedrijven moeten opstellen als voorwaarde om weer open te mogen. Dit vraagt ook om aandacht voor plaagdierbeheersing. Het (tijdelijk) stilleggen van plaagdierbeheersing heeft risico’s en de dreiging bestaat dat dierplagen onbeheersbaar raken met meer economische schade tot gevolg.