Biociden worden gebruikt om schadelijke organismen te bestrijden in bijvoorbeeld huishoudens, ziekenhuizen, stallen, publieke ruimtes of bedrijven. Voorbeelden van biociden zijn aangroeiwerende verf voor schepen, desinfectiemiddelen voor gebruik in ziekenhuizen of middelen tegen ongedierte in en om woningen. Middelen die op planten en gewassen worden toegepast, zijn geen biociden maar gewasbeschermingsmiddelen.

Een biocide bevat één of meer werkzame stoffen. Dit kunnen chemische stoffen zijn, maar ook micro-organismen. De werkzame stoffen zijn de actieve componenten in het middel, die zorgen voor het gewenste effect op de plaag of het organisme. De stof kan ook effect hebben op andere organismen of de mens. Daarom brengt het gebruik, naast voordelen, ook risico's met zich mee.

Alle biociden die in Nederland op de markt zijn toegelaten, zijn eerst beoordeeld op werkzaamheid en risico's. De Europese Commissie is verantwoordelijk voor de goedkeuring van werkzame stoffen. Het Ctgb zorgt namens de Nederlandse overheid voor de beoordeling en toelating van middelen waarin deze werkzame stoffen worden toegepast.

Werkzame stoffen

Een werkzame stof moet op Europees niveau worden goedgekeurd voordat deze in biociden mag worden gebruikt. Het European Chemicals Agency (ECHA) coördineert de beoordelingen en ontwikkelt methoden voor de beoordeling. Het Ctgb neemt namens Nederland deel aan de Europese beoordeling van de werkzame stoffen.
Lees meer over werkzame stoffen.

Toelating biociden

Een biocide mag alleen worden verkocht als het is toegelaten, er is dan een handelsvergunning afgegeven en het middel heeft een toelatingsnummer. Toelating van een biocide kan alleen wanneer de werkzame stof die daarin gebruikt wordt, Europees is goedgekeurd. Voor biociden met werkzame stoffen en de relevante productsoort waarvoor de beoordeling in het Europese werkprogramma nog niet is afgerond, geldt overgangsrecht.
Lees meer over toelating.