In november 2020 publiceerde ECHA een rapport over het eerste Europees gecoördineerde handhavingsproject over biociden (BEF-1). Een belangrijk doel van dit project was om na te gaan of de etiketteringsverplichtingen voor behandelde voorwerpen worden opgevolgd. De belangrijkste conclusie is dat ruim een derde van de beoordeelde producten een onjuiste etikettering heeft.

Etiketteringsverplichtingen

In 36% van de gevallen was de kwaliteit van de informatie op de etiketten van de behandelde voorwerpen onvoldoende. Voor 42% van de artikelen en 23% van de mengsels ontbrak basisinformatie, zoals de naam van de werkzame stof uit het biocide die voor de behandeling van het product werd gebruikt.

Illegale werkzame stoffen

Ook werd gekeken naar de aanwezigheid van illegale werkzame stoffen in behandelde voorwerpen. Alleen werkzame stoffen die zijn goedgekeurd of die in het beoordelingsprogramma van ECHA zitten, mogen worden toegepast in behandelde voorwerpen. Volgens de eigen verklaring van de producenten werd aan deze plicht goed voldaan: minder dan 2,5% van de gecontroleerde producten bleek een illegale werkzame stof te bevatten.

1.200 bedrijven en 1.800 behandelde voorwerpen gecontroleerd

Nationale handhavingsinstanties in 22 EU Europese unie-lidstaten hebben bijna 1.200 bedrijven geïnspecteerd en meer dan 1.800 behandelde voorwerpen gecontroleerd. Waaronder kleding, verf, beddengoed en chemische mengsels. Van de onderzochte producten is 73% geproduceerd in de EU. Ook Nederland heeft aan dit handhavingsproject meegedaan.

Zie voor meer informatie ook het ECHA nieuwsbericht en videobericht.