De Europese vergadering van bevoegde autoriteiten (CA meeting) heeft een Q&A-document over behandelde voorwerpen uitgebracht. Hierin worden veel vragen over behandelde artikelen behandeld. Op deze pagina laten we een aantal aanvullende vragen zien.

Behandelde voorwerpen zijn artikelen of mengsels die met biociden zijn behandeld of waarin doelbewust een of meer biociden zijn verwerkt.
Voorbeelden van behandelde voorwerpen zijn:

  • verf waaraan een biocide is toegevoegd zodat deze beschermd is tegen schimmelgroei;
  • een meubel dat is behandeld met een middel tegen houtwormen, een leren tas waarvan het leer is behandeld met een biocide tegen schimmel. 

Een werkzame stof is een (chemische)verbinding of micro-organisme met een werking op of tegen schadelijke organismen.
Voorbeelden van werkzame stoffen zijn:

  • de stof in mieren poeder dat de mieren afschrikt;
  • de stof in muizen korrels dat ervoor zorgt dat de muizen dood gaan.

Een biocidale functie of werking van een middel is: schadelijke of ongewenste organismen vernietigen, afweren, onschadelijk maken of de effecten ervan voorkomen.

Als een behandeld voorwerp meerdere functies heeft maar de werking als biocide belangrijker is dan de andere functies of van gelijk belang is aan de hoofdfunctie, dan heeft het behandelde voorwerp een primaire biocidale functie.
Voorbeelden van behandelde voorwerpen met een primaire biocidale functie zijn:

  • verf waarin een biocide zit dat ervoor zorgt dat een hele badkamer vrij blijft van schimmel;
  • sokken die op de markt gebracht worden als speciale hulpmiddelen voor gevoelige mensen om te voorkomen dat de huid in aanraking komt met ongewenste bacteriën. 

Biociden worden onderverdeeld in 22 productsoorten (PTs). De Engelse term is product type, de algemeen gebruikte afkorting, ook in Nederland, is PT. Er worden vier hoofdgroepen biociden met bijbehorende productsoorten onderscheiden: desinfecteermiddelen, conserveringsmiddelen, middelen voor plaagdierbestrijding en de overige biociden.
De productsoorten hebben een nummer, waaraan regelgeving met betrekking tot toelating tot de martk is gekoppeld. De actuele lijst met productsoorten is terug te vinden op de website van het Ctgb.

Voor de toelating van een biocide moeten aanvragers het recht hebben om de gegevens te gebruiken uit het dossier voor de goedkeuring van de werkzame stof. De toestemming voor het gebruik van gegevens uit het dossier van een andere aanvrager wordt vastgelegd in een 'Letter of Access'.

De biocide stof die toegepast wordt geeft het voorwerp een extra eigenschap. Of het voorwerp daarmee zelf een biocide wordt, hangt er van af of die extra eigenschap de primaire functie van het voorwerp bepaalt.
Zo zijn er twee verschillende situaties denkbaar waarin met biociden behandelde sokken op de markt worden gebracht.

In de eerste situatie worden de sokken op de markt gebracht de met claim dat zij een extra eigenschap hebben waardoor je ze langer kunt dragen zonder dat ze gaan stinken. In dat geval hebben de sokken als primaire functie gewoon: sokken. Daarmee gaat het niet om een biocide, maar wel om een met biocide(n) behandelde voorwerp. Een officiële toelating is dan niet nodig, maar de sokken moeten wel voldoen aan de eisen die de Biocidenverordening aan behandelde voorwerpen stelt. Zo moet het bedrijf dat de sokken op de markt brengt nagaan of de werkzame stof(fen) is/zijn goedgekeurd voor het doel waarvoor deze wordt/worden gebruikt. Ook moet het bedrijf nagaan of er bij de goedkeuring van de werkzame stof extra acties voorgeschreven zijn die ze moeten uitvoeren. Er kan bijvoorbeeld een verplichting gelden om specifieke informatie te geven op het etiket.

In de tweede situatie worden de sokken op de markt gebracht als speciale hulpmiddelen voor gevoelige mensen om te voorkomen dat de huid in aanraking komt met ongewenste bacteriën. In dat geval is de primaire werking een antibacteriële werking en daarmee worden de sokken een biocide. De sokken moeten dan voldoen aan eisen die gelden voor biociden (werkzaamheid, veiligheid) en er is een toelating nodig van het College voor toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) voordat de producten in Nederland op de markt gebracht mogen worden.